Ga naar de inhoud
📖 Hoofdstuk 1.1: Werkwoorden in tegenwoordige en verleden tijd
- Werkwoorden haben / sein / werden in de tegenwoordige tijd (Präsens): Openen
- Werkwoorden haben / sein / werden in de verleden tijd (Präteritum): Openen
- Zwakke werkwoorden in de tegenwoordige tijd (Präsens): Openen
- Zwakke werkwoorden in de verleden tijd (Präteritum): Openen
- Wederkerend voornaamwoord: Openen
📚 Hoofdstuk 1.2: Naamvallen
- Persoonlijk / Vragend voornaamwoord: Openen
- Geslacht / meervoud: Openen