Ga naar de inhoud
📖 Hoofdstuk 4.1: Modale werkwoorden
🎥 Uitlegvideo’s
- Modale werkwoorden in de tegenwoordige tijd (Präsens): Openen
- Modale werkwoorden in de verleden tijd (Präteritum): Openen
✏️ Oefeningen
📚 Hoofdstuk 4.2: Naamvallen, voorzetsels en persoonlijke voornaamwoorden
🎥 Uitlegvideo’s ontleden zinnen
- Uitlegvideo ontleden zinnen: Openen
- Stappenplan ontleden zinnen: Openen
🎥 Uitlegvideo’s vaste voorzetsels
- Uitlegvideo vaste voorzetsels: Openen
- Uitlegvideo vaste voorzetsels: Openen
🎥 Uitlegvideo’s eerste en vierde naamval
- Uitlegvideo eerste en vierde naamval der-Gruppe: Openen
- Uitlegvideo eerste en vierde naamval ein-Gruppe: Openen
✏️ Oefeningen eerste en vierde naamval
- Vierde naamval ein-Gruppe: Openen
- Vierde naamval der/ein-Gruppe: Openen
- Eerste en vierde naamval der-Gruppe: Openen
- Eerste en vierde naamval: Openen
✏️ Oefeningen voorzetsels met de vierde naamval
- Voorzetsels met de vierde naamval: Openen
- Voorzetsels met de vierde naamval: Openen
🎥 Uitlegvideo’s derde naamval
- Uitlegvideo derde naamval der/ein-Gruppe: Openen
✏️ Oefeningen derde naamval der-Gruppe
- Derde naamval der-Gruppe: Openen
✏️ Oefeningen voorzetsels met de derde naamval
- Voorzetsels met de derde naamval: Openen
- Voorzetsels met de derde naamval: Openen
🎥 Uitlegvideo’s persoonlijke voornaamwoorden
- Persoonlijke voornaamwoorden in eerste, derde of vierde naamval: Openen
✏️ Oefeningen persoonlijke voornaamwoorden
- Persoonlijk voornaamwoord in eerste of vierde naamval: Openen
- Persoonlijk voornaamwoord in eerste of vierde naamval: Openen
- Persoonlijk voornaamwoord in derde naamval: Openen
- Persoonlijk voornaamwoord in eerste, derde of vierde naamval: Openen
- Persoonlijk voornaamwoord in eerste, derde of vierde naamval: Openen
✏️ Oefeningen naamvallen